In het algemeen kunt u ervan uitgaan dat u het ziekenhuis ongeveer 24 tot 48 uur na de ingreep kunt verlaten. In sommige gevallen is een chirurgische drain noodzakelijk voor de afvoer van overmatig vocht uit de wond. De drain wordt meestal binnen één à twee weken na de ingreep verwijderd. De hechtingen worden meestal na ongeveer 14 dagen verwijderd.
Na elke ingreep moet iemand u naar huis brengen want u kunt niet zelf autorijden. Uw borsten kunnen in het begin stevig en gezwollen zijn. U hebt waarschijnlijk verband en een chirurgische beha of een elastische bandage om uw borsten, afhankelijk van wat de chirurg heeft gekozen.
Er zijn een aantal dingen die u moet doen en waaraan u moet denken nadat uw borstreconstructie is voltooid. Om te beginnen moet u uw chirurg om informatie vragen over de follow-up controle, over de complicaties of bijwerkingen van de implantatie of de flap-operatie en voor bijkomende richtlijnen voor de eerste maanden na de borstreconstructie.
U moet uw arts of chirurg op de hoogte stellen van de aanwezigheid van een implantaat of flap als een chirurgische of diagnostische ingreep voor de borst wordt gepland. U moet uw arts of apotheker ook raadplegen voor u lokale geneesmiddelen (bijvoorbeeld corticosteroïden) gebruikt in de borststreek. Het is van nog groter belang dat u een arts raadpleegt als u een complicatie vermoedt, vooral als er sprake is van letsel of samendrukken van de borst door bijvoorbeeld extreem masseren, sportieve activiteiten of door een veiligheidsgordel tijdens een ongeluk. Het is aanbevolen altijd een patiëntkaartje (met vermelding van het implantaat) bij u te dragen, zodat in een noodgeval de juiste medische zorg kan worden verstrekt.
U moet bij uw arts de normale controlebezoeken voortzetten voor de opsporing van een mogelijke recidief van borstkanker. Bij een mammografie moet u de radioloog (de arts die de röntgenfoto's bekijkt) informeren, zodat hij/zij gebruik kan maken van een aangepaste mammografische techniek. Dit is noodzakelijk omdat de aanwezigheid van een implantaat of huidflap het resultaat van de mammografie en andere diagnostische technieken kan beïnvloeden. Zelfs het manueel zelfonderzoek van uw borsten, dat u regelmatig moet uitvoeren, is moeilijker na een borstreconstructie.
Als u een borstimplantaat hebt, is een mammografie vaak moeilijker te beoordelen omdat de implantaten op de röntgenfoto te zien zijn als een dichte schaduw. Het is belangrijk dat u de röntgenlaborant (degene die de röntgenfoto's maakt) informeert dat u borstimplantaten hebt voor de mammografie wordt gemaakt, want er zullen speciale technieken nodig zijn om de best mogelijke beelden van het borstweefsel te verkrijgen. In diverse onderzoeken werd echter aangetoond dat vrouwen met borstimplantaten in vergelijking met andere vrouwen geen hoger risico lopen op een late ontdekking van borstkanker.
Een borstreconstructie kan uw vermogen om borstvoeding te geven aanzienlijk beïnvloeden. Vraag uw arts om meer informatie.
Hoewel met chirurgische reconstructie het normale gevoel van vóór de mastectomie niet kan worden hersteld, kan na verloop van tijd enig gevoel terugkeren. En hoewel de meeste littekens van de ingreep op den duur grotendeels verdwijnen, kunnen de sporen van de aanvankelijke ingreep zichtbaar blijven.
De ingreep voor het plaatsen van het implantaat/de expander kan 1 tot 2 uur duren en wordt uitgevoerd onder algemene narcose. Door de narcose kunt u zich nogal moe voelen maar gewoonlijk kunt u later op de dag nog opstaan en kunt u de volgende dag naar huis.
Over uw nieuwe borst is verband aangebracht. Welk type verband dit is, hangt af van de voorkeur van de chirurg en het soort ingreep. Wanneer dit verband moet worden verwisseld en verwijderd is afhankelijk van het type verband. Op de plaats van de ingreep kunnen zich drainagebuisjes bevinden. Deze buisjes zorgen voor de afvoer van overmatig bloed en vocht en worden na enkele dagen verwijderd.
Na de ingreep zult u zich waarschijnlijk niet prettig voelen en wat pijn hebben. Uw chirurg kan u pijnstillers voorschrijven die de pijn verlichten.
Uw chirurg of mammacare nurse zullen u adviseren over de beha die u moet dragen om uw nieuwe borst na de ingreep te ondersteunen. Zij kunnen u ook vertellen hoe u moet omgaan met strekken, buigen en tillen tijdens uw genezingsproces.
Het is belangrijk dat u let op tekenen van infectie. Neem contact op met uw chirurg of mammacare nurse als u merkt dat uw borst rood wordt, een abnormale zwelling vertoont, heet aanvoelt of als u zich koortsig voelt. U kunt ook last krijgen van vochtophoping in de borst. Kleine hoeveelheden vocht verdwijnen spontaan, maar grotere hoeveelheden moeten in het ziekenhuis door de chirurg worden behandeld.
Door vochtinbrengende crèmes in de borststreek aan te brengen kan het genezingsproces worden versneld en de conditie van de huid worden verbeterd. Raadpleeg hierover uw chirurg of mammacare nurse.
Vervolgens: Veiligheid