Reconstructieve chirurgie wordt nu vaker uitgevoerd dan vroeger. De technieken en implantaten worden steeds beter en het risico op complicaties steeds geringer. Toch zijn er aan elke ingreep nog altijd risico's verbonden en er zijn enkele complicaties die vooral optreden bij borstreconstructies met implantaten. Als u ongerust bent over deze mogelijke problemen, praat er dan over met uw chirurg.
Mogelijke bijwerkingen gerelateerd aan borstimplantaten treden zelden op. Mogelijke complicaties zijn: scheuren van het implantaat, capsulaire contractie, aanvullende chirurgische ingreep, verwijderen van het implantaat, pijn, veranderd gevoel in de tepel en borst, infectie, littekenvorming, asymmetrie, rimpelvorming, verschuiven/migratie van het implantaat, voelbaarheid/zichtbaarheid van het implantaat, problemen bij borstvoeding, hematoom/seroom, extrusie van het implantaat, necrose, vertraagde wondgenezing, atrofie van het borstweefsel/deformatie van de borstwand, calciumafzettingen en lymfadenopathie.
Als het omhulsel van een siliconenimplantaat scheurt (een zogenaamde implantaatruptuur), blijft de gel gewoonlijk in de omgeving van het implantaat zitten en slechts in zeldzame gevallen kunnen kleine hoeveelheden siliconen zich in andere delen van het lichaam verspreiden. Bij de moderne, verbeterde implantaten is het risico op migratie van siliconen echter beperkt en in huidig onderzoek werden geen bijwerkingen van deze 'vrije' siliconen geconstateerd, behalve enkele plaatselijke gezwollen lymfeklieren. In sommige gevallen is het een 'stille' ruptuur die niet wordt opgemerkt en geen symptomen veroorzaakt. De meeste chirurgen adviseren echter de verwijdering van een gescheurd implantaat.
In zeldzame gevallen kunnen er miniscule hoeveelheden siliconen door het omhulsel van het implantaat dringen. Dankzij de toepassing van geavanceerde implantaattechnologie en omhulselontwerp, zoals de ontwikkeling van een barrièrelaag, wordt de kans op lekken van gel uit het implantaat echter aanzienlijk verlaagd. Mocht er toch gellekkage zijn, wordt die grotendeels opgenomen door het weefsel dat het lichaam rond het implantaat heeft gevormd, zodat de gel niet in andere weefsels kan doordringen. Lekkage van een kleine hoeveelheid siliconen veroorzaakt zelden problemen en vereist doorgaans geen actie. Als er sprake is van veel lekkage, kan uw chirurg een ingreep adviseren.
Dit kan acuut of geleidelijk optreden bij implantaten met een zoutwateroplossing. U merkt dit omdat uw borst van vorm of grootte verandert. Oorzaken van deflatie zijn onder meer: beschadiging tijdens de ingreep, kapselcontracturen, een trauma of intense fysieke manipulatie en onbekende/onverklaarbare oorzaken. Een leeggelopen implantaat moet operatief worden verwijderd en eventueel worden vervangen.
Implantaten kunnen zichtbaar rimpelen.
Als een lichaamsvreemd voorwerp, zoals een implantaat, in uw lichaam wordt geplaatst, reageert uw immuunsysteem door bindweefsel om het voorwerp heen (een kapsel) te vormen. Tijdens het natuurlijke genezingsproces kan dit bindweefsel samentrekken, dit noemt men capsulaire contractie of kapselcontractuur. Als deze contractie ernstig is, kan de gereconstrueerde borst strakker en harder worden en van vorm veranderen. Deze verschijnselen kunnen ongemak veroorzaken.
Bij de meeste patiënten komt contractuur nooit voor. Bij andere patiënten ontstaan er weken of jaren na de ingreep contracturen. Dat komt omdat de reactie van het lichaam op een vreemd voorwerp van persoon tot persoon enorm kan verschillen. In hoeverre het kapsel samentrekt, áls dat al gebeurt, is moeilijk te voorspellen. In sommige gevallen van capsulaire contractie is een corrigerende chirurgische ingreep nodig. Er kan daarna echter opnieuw een kapselcontractuur ontstaan. Maar mede dankzij het verbeterde ontwerp van implantaten, vooral van de getextureerde implantaten, en dankzij vernieuwde chirurgische technieken komen capsulaire contracties nu minder vaak voor.
Aanvullende operaties voor de borst en/of het implantaat zullen waarschijnlijk uw leven lang noodzakelijk blijven. U kunt besluiten om een andere grootte of een ander type implantaat te laten plaatsen. Hiervoor is een nieuwe ingreep noodzakelijk. Opnieuw opereren kan ook nodig zijn om de resultaten van een vorige ingreep te verbeteren of te corrigeren.
Borstimplantaten hebben een beperkte levensduur en het implantaat moet eventueel worden verwijderd of vervangen. Hiervoor is opnieuw een ingreep noodzakelijk. Veranderingen van het uitzicht van uw borst ten gevolge van verwijdering van het implantaat zijn onomkeerbaar.
Zoals te verwachten valt na een invasieve, chirurgische ingreep, kan er na een borstimplantatie pijn optreden. De intensiteit en duur van de pijn variëren. In zeer uitzonderlijke gevallen werd ernstige pijn bij armbewegingen gemeld. Als u pijn hebt na de ingreep, moet u onmiddellijk bij uw chirurg of arts op onderzoek gaan.
De tepel kan niet worden gespaard als deze mogelijk kankercellen bevat. Hoewel de tepel kan worden gereconstrueerd, moet u er rekening mee houden dat er in een gereconstrueerde tepel meestal geen gevoel meer aanwezig is. U kunt dit met uw chirurg bespreken die u advies kan geven over uw mogelijke opties.
Een infectie is mogelijk na elke ingreep. Als u een infectie krijgt, moet u zo spoedig mogelijk uw arts raadplegen. Het is mogelijk dat u een nieuwe ingreep moet ondergaan om het implantaat of de weefselexpander te laten verwijderen tot de infectie genezen is. Daarna kan uw implantaat worden vervangen. Hoewel de meeste infecties succesvol kunnen worden behandeld, kan een infectie ernstige problemen veroorzaken en resulteren in meer littekens. In een klein aantal gevallen kunnen deze infecties terugkeren.
Littekenvervorming, hypertrofe littekenvorming, capsulaire contractie, asymmetrie, rimpelen van het implantaat, verschuiving van het implantaat, onjuiste grootte, voelbaarheid/ zichtbaarheid van het implantaat. Zorgvuldige planning van de chirurgische ingreep en de toe te passen techniek kan het risico op dergelijke resultaten beperken, maar niet voorkomen. Een bestaande asymmetrie kan niet altijd volledig worden gecorrigeerd. Revisieoperaties kunnen nodig zijn om de patiënt tevreden te stellen, maar hieraan zijn extra overwegingen en risico's verbonden.
Mogelijke bijwerkingen
Na borstreconstructiechirurgie kunnen de volgende bijwerkingen optreden, met een uiteenlopende intensiteit en duur.
- hematoom/seroom,
- extrusie van het implantaat,
- necrose,
- vertraagde wondgenezing,
- atrofie van het borstweefsel/deformatie van de borstwand,
Calciumafzettingen kunnen ontstaan in het weefselkapsel rond het implantaat dat symptomen veroorzaakt als pijn en gespannenheid in de borsten. Lymfadenopathie werd bij sommige vrouwen met borstimplantaten gerapporteerd
Allergische reacties op de narcose
Het is niet precies bekend hoe vaak er allergische reacties optreden bij narcose. Volgens de tot nog toe beste schatting doet zich een levensbedreigende allergische reactie (anafylaxie) voor bij 1 op 10.000 tot 1 op 20.000 narcoses. Uw anesthesist kiest het middel voor uw narcose op basis van verschillende factoren. Hij houdt daarbij vooral rekening met het type ingreep, uw lichamelijke toestand en of u ergens allergisch voor bent.
De meeste mensen herstellen volledig na een anafylaxie. Niet bekend is hoeveel anafylactische reacties tijdens een narcose tot de dood of een permanente handicap leiden. In een artikel over dit onderwerp werd gesteld dat 1 op de 20 ernstige reacties tot de dood kan leiden. Dit zou betekenen dat de kans op overlijden ten gevolge van een anafylactische reactie tijdens de narcose 1 op 200.00 tot 1 op 400.000 bedraagt
Zenuwbeschadiging
Het is mogelijk, maar zeer onwaarschijnlijk, dat u door een algemene narcose een zenuwbeschadiging oploopt. De grootte van het getroffen gebied kan, afhankelijk van de zenuwen die beschadigd zijn, variëren van een klein plekje dat gevoelloos, tintelend of pijnlijk is, tot een groot deel van een lidmaat. De pijn kan een aanhoudende zeurende pijn zijn, maar ook hevige pijnscheuten zijn mogelijk. U kunt ook last hebben van onverklaarbare warmte- of koudegevoelens. Als uw motorische zenuwen beschadigd zijn, kunnen de spieren in het betreffende gebied verzwakt of verlamd zijn. Het risico op een significante perifere zenuwbeschadiging die langer dan 3 maanden aanhoudt, bedraagt naar schatting minder dan 1 op de 2.000 patiënten met een algemene narcose. Permanente beschadiging, die langer dan een jaar aanhoudt, treedt naar schatting op in minder dan 1 op de 5.000 gevallen
Slechte wondgenezing
De genezing van de wonde kan meer tijd in beslag nemen als er sprake is van een infectie, bloeding, vochtophoping, te strakke hechtingen, te grote implantaten, onvoldoende ondersteuning tijdens het genezingsproces en druk op het littekenweefsel.
Om slechte wondgenezing te voorkomen, kan uw chirurg u adviseren een sportbeha te dragen gedurende ongeveer 5 maanden na de ingreep. Uw arts kan u ook informatie geven over speciale beha's. De wondgenezing kan langer duren bij mensen die aan diabetes lijden of roken.
Er is enige controverse geweest over het gebruik van met siliconengel gevulde implantaten en hun mogelijke invloed op het ontstaan van auto-immuunziekten zoals bindweefselaandoeningen (Connective Tissue Diseases - CTD’s). CTD's zijn chronische, inflammatoire auto-immuunziekten die alle bindweefsels kunnen aantasten, d.w.z. de gewrichten, huid, spieren en bloedvaten, en die daardoor verschillende effecten kunnen hebben op vele organen overal in het lichaam.
In diverse grote onderzoeken kon geen relatie tussen borstimplantaten en goed gedefinieerde CTD's worden aangetoond. Hoewel er niet veel onderzoek naar is gedaan, blijkt uit de huidige literatuur dat er geen verband is tussen borstimplantaten en aan bindweefselaandoeningen gerelateerde syndromen (atypische bindweefselaandoeningen). De atypische bindweefselaandoeningen zijn bovendien moeilijk te definiëren. Deze aandoeningen lijken in gelijke mate voor te komen bij vrouwen met borstimplantaten en bij vrouwen zonder borstimplantaten. De conclusie of borstimplantaten al of niet invloed hebben op het ontstaan van dergelijke aandoeningen is dan ook moeilijk te trekken. Als u ongerust bent, moet u uw chirurg raadplegen.
Vervolgens: Garantie